1 maart 2010 - Rangoon, Myanmar
Op 16 februari vlogen we vanuit Bangkok naar Yangon. Daar viel het onmiddellijk op dat we in het warme seizoen van Myanmar terecht gekomen waren, zooo warm... We gingen ’s avonds naar de grootste en belangrijkste tempel: de Swedagon Pagoda. Heel mooi, heel veel goud en een prachtige zonsondergang. We regelden de volgende dag de bustickets om naar Mandalay te gaan. In Mandalay bezochten we de eerste dag Mandalay Hill. Een half uur lang trappen beklimmen waarlangs allerlei boeddhistische beelden staan. Op de top hadden we een mooi zich van de stad. We kregen er ook een rondleiding van een monnik, die nog maar 19 jaar was, maar al 13 jaar in het klooster leefde. Hij was zeer vriendelijk en wilde Engels leren. Hij toonde ons achteraf zelfs zijn klooster en al snel werden we weer een attractie voor de andere bewoners. De volgende dag hadden we een dagtrip geregeld naar de ‘Ancient Cities’. Drie steden: Sagain, Inwa en Amurapura. In Sagain moesten we al weer heel veel trappen beklimmen, boven was het heel mooi en vredevol met overal waar je maar kon kijken tempeltjes en beelden. In Inwa bezochten we een aantal ruïnes van tempels. Het leuke hieraan was dat het transportmiddel te paard en kar was. Het hoogtepunt van de dag was Amurapura. Hier staat een 200 jaar oude teakhouten brug. Met een bootje gingen we het water op en we hadden een pracht overzicht van de brug en de zonsondergang, groots!
Vanuit Mandalay alweer een 9uur durende bus naar het noorden, naar het stadje Hsipaw. Het stadje ligt hoger en het weer was veel aangenamer dan de hitte van de steden. Hier deden we een fietstocht naar de ‘Hot Springs’ met nogal schamele fietsjes. De rit ernaartoe was prachtig. Heel veel kleine dorpjes waar alle kindjes begonnen te zwaaien en ‘bye bye’ riepen toen we passeerden. De bronnen zelf stelden niet zo veel voor, maar de rit was het zeker waard. We hadden het geluk dat er op een 20tal minuutjes van Hsipaw een festival aan de gang was. Daar zijn we eens ’s avonds en eens overdag naar toe geweest. Overdag is het meer een markt met heel veel kraampjes waar mensen uit de omliggende bergen hun sjaaltjes, armbandjes, eten en nog zoveel meer komen verkopen. ’s Avonds valt er veel meer te beleven. Er zijn optredens, er wordt poppenspel gespeeld, je kan je er verkleden in traditionele kledij, een circus en kermisattracties zijn er ook te vinden.
Om een busrit te vermijden namen we de trein vanuit Hsipaw terug naar Mandalay. Wat een belevenis! De trein rijdt meestal niet veel sneller dan een fiets, maar eens op topsnelheid wobbelt het naar alle kanten. We reisden ondertussen samen met een Pittems koppel (Inge en Koen), zalig om nog eens West-Vlaams te kunnen babbelen. We passeerden ook over een 100 jaar oud viaduct, heel hoog over een vallei, toch een beetje bangelijk.
Vanuit Mandalay namen we een bus naar Bagan. Hier verwachtten we veel van. Bagan is een uitgestrekt gebied vol met tempels gebouwd door de vorige koningen van Myanmar. We huurden fietsjes en gingen er een dagje op uit met Inge en Koen. Al snel werd duidelijk dat behalve een religieuze site dit ook een zeer toeristisch dagje ging worden. We werden gevolgd door 3 kindjes die ons de weg wilden wijzen en uitleg gaven over de tempels. In het begin wel grappig en leuk, maar al snel een beetje vervelend door hun constante gebabbel, gelach en drukdoenerij. Natuurlijk wilden ze ook alleen maar een beetje geld verdienen door hun ‘gidswerk’. Toen we gingen eten zijn we ze gelukkig kwijtgeraakt. Ook wel grappig, toen we een tempel aan het bekijken waren, stopte er een grote bus met allemaal Birmese toeristen die nog nooit blanke mensen hadden gezien of toch nog niet veel. We moesten heel veel poseren op de foto voor hen wat ontaarde in enorm veel gegiechel en hilariteit. Maar nadat we de eerste tempel in de namiddag hadden bezocht hadden we al 2 nieuwe kindgidsen aan ons been. Ze leidden ons eigenlijk wel nog goed rond en konden ook een rustige en hoge tempel aanraden waar we de zonsondergang konden zien. De volgende dag zijn we zelf bij één van de twee jongetjes op visite geweest in een klein vissersdorpje. De hele familie kwam erbij zitten en we kregen onmiddellijk thee en nootjes aangeboden. Heel lief als je weet dat de mensen er maar heel weinig hebben. We kochten dan maar een paar schilderijtjes van de jongens en hun dag kon niet meer stuk.
Vanuit Bagan namen we de bus naar Kalaw: de meest verschrikkelijke busrit ooit! Om 3u30 kwam een busje ons halen. Na een half uur bleek dat dit niet de pick up was, maar de echte bus die ons 11u ging vasthouden. Een marteling! De stoelen konden niet achteruit, de bus ontbrak vering, na elke stop werden er meer mensen en bagage ingepropt, ai ai ai… De weg zelf dan: geen weg. Een aardeweg die maar af en toe verhard werd, voeg er dan nog bij dat Kalaw op 1500 meter hoogte ligt en je verstaat dat we na aankomst om 19u30 in ons bed kropen tot 8u ’s morgens.
Vanuit Kalaw boekten we een trektocht naar het Inle Meer. Drie dagen en twee nachten waren we onderweg langs theeplantages, bergstammen, waterbuffels en opnieuw veel zwaaiende kindjes. De eerste nacht brachten we door in een klein boerderijtje. Veel slaap was er niet doordat er in de vallei een ceremonie bezig was met wel erg luide muziek (nuja muziek…) tot middernacht. Vanaf 4u begon het ook al weer. De volgende dag kwamen we dus na 7u wandelen en redelijk vermoeid door de weinige slaap en het heel warme weer aan op onze volgende slaapplek: een boeddhistisch klooster. Al werden we opnieuw gewekt om 5u door het gezang van de monniken, het was eens iets anders!
De laatste dag kwamen we aan aan het grote Inle Lake. We moesten direct het meer op voor 2u om bij ons stadje te geraken: Nyaung Schwe. Daar verbleven we in de Queen Inn en kregen we pannenkoeken als ontbijt, verrukkelijk! Dit was onze laatste stop voor Yangon. In Yangon was het 40° C dus deden we niet veel meer dan shoppen en naar de cinema gaan (met airco).
Wist je dat: Ze in Myanmar geen bankautomaten hebben die toegankelijk zijn voor buitenlanders! En we dus alle dollars vanuit Thailand dienden mee te brengen.
En dat ze er bovendien van overtuigd zijn dat een gekreukeld of besmeurd dollarbiljet minder waard is! En dat terwijl hun eigen Kyats bijna uit elkaar vallen.
@ Bram Green Service, Vliegen verstoppen zich 's nachts onder frigo's en tafels etc. Maar er is altijd een van wacht die heel de nacht rond je oren komt vliegen.