Maleisië, Lundu, Gunung Gading en Gunung Mulu


8 december 2009 - Lundu, Maleisië

 

Onze uitstap naar het Gulung Gading National Park was een schitterende ervaring. Onze hostel had de tweedaagse geregeld voor ons. Rond 11u trokken we het park in met een gids die ons de weg leidde naar de beroemde Rafflesia bloem. Er stonden er 2 in bloei, dat is blijkbaar een nog unieker geval! Vanop een afstandje lijkt deze eigenlijk nep. Dichter kon je dan wel voelen en ruiken dat het echte waren. De stank viel eigenlijk wel mee… Daarna een wandeling van 3 km door het park, waar ze toch zo’n 3 uur over gedaan hebben. Constant omhoog en naar beneden langs 3 watervallen, heel vermoeiend in tropisch weer.

We verbleven bij een man, Amat, thuis, en deze man bleek enorm grappig en geïnteresseerd in België. Na het park gingen we eerst iets eten in het stadje Lundu, in plaats van dat wij het stadje bezochten, bleken we zelf de lokale attractie te zijn. Amat haalde de ene vriend na de andere bij ons tafeltje om zijn ‘friends from Belgium’ te ontmoeten, hilarisch!

De dag erna hielden we een rustdagje aan het strand van Padang. Heel leuk en de zee is een stuk warmer dan de Noordzee J

Onze plannen zijn licht gewijzigd aangezien we in Kuching een Amerikaanse tegenkwamen die Kapit niet echt aanraadde. We namen de expres boot naar Sibu. Sindsdien reizen we ook samen met een Australiër, Tom, die alleen reist en ook onze richting uitgaat. Een dagje rondlopen daar bleek al te lang, aangezien er niets te beleven viel. Rond 22u namen we dan een nachtbus naar Miri. We hebben het stadje al verkend en een duik genomen in het publieke zwembad. De voornaamste reden dat we hier zijn is het Gunung Mulu National Park, het grootste van Borneo.


In het Gunung Mulu NP hebben we 4 dagen verbleven. De eerste dag verkenden we 2 grotten, Lang cave en Deer cave. Veel stalagmieten en stalactieten, zoals te zien op de foto’s. In de Deer cave huizen wel naar schatting 3 miljoen vleermuizen, ze zijn niet echt te zien in de grotten, enkel grote zwarte vlekken op het plafonds waar ze allemaal samen hangen. De geur is er wel speciaal, de vleermuizen kleuren de grond van de grotten metershoog in het bruin door de guano (vleermuizenkaka). Rond 18u hebben we de grotten bezocht en wordt het wachten tot de vleermuizen de grot uitvliegen om te gaan jagen. Heel prachtig om te zien hoe ze in zwermen de grotten komen uitgevlogen! De slaping in het park is heel primitief, een dun matrasje op de grond en een zeer noodzakelijk muggennet.

De volgende dag vertrokken we met een longboat naar camp 5, van daaruit zullen we de dag erop de Pinnacles beklimmen. Onderweg bezochten we nog 2 grotten, namelijk Wind Cave en Clear Water Cave. Gelukkig kunnen we rond de grotten nog een zwemke placeren, want om tot de vorige grotten te komen, moesten we zo’n 200 trappen op en af…

Om tot camp 5 te komen moesten we nog een half uurtje met de boot verdere en dan een wandeling van ongeveer 9 kilometer door de jungle. Eens in camp 5 wordt duidelijk dat we hier echt in ‘the middle of nowhere’ zitten, want er is slecht 3u per dag electriciteit, eten en drank wordt door de gids meegenomen en de slaapplaatsen zijn nog simpeler, we sliepen er eigenlijk in een open hut. Opnieuw kunnen we in de rivier zwemmen dit blijkt echt nodig, want de bijen komen hier af op de geur van zweet, jak. Na een simpele, maar lekkere maaltijd van kip en rijst kruipen we in ons bedje want de volgende dag wachten de Pinnacles al op ons.

Om 6u30 is het zover, we starten de klim. De Pinnacles beklimmen is een ‘pad’ volgen van 2,4 km lengte en de hoogte van de berg is 1800 meter. Na 500 meter weten we het al, het wordt een lange en zware dag! Rond 10u zitten we op 2,1 km, nog 300 meter te gaan dus, maar vanaf dan begint het zware werk: met ladders en touwen moeten we letterlijk ons een weg klimmen naar de top! Hier mag je echt geen hoogtevrees hebben. Eens boven, ondertussen 11u, kunnen we onze lunch opeten en een klein beetje rusten. Niet lang, want na een half uurtje moeten we alweer naar beneden. De gids waarschuwt ons al dat de afdaling 10% zwaarder is, maar in mijn ogen is die afdaling 30% zwaarder en gewoonweg dodelijk… Rond 16u strompelen we eindelijk het kamp terug binnen en lopen we rechtreeks de rivier in, zalig!

De dag erna staan we met enorme spierpijn op. De weg naar de luchthaven leggen we opnieuw af met een bootje. Er staat op sommige plaatsen niet zo veel water in de rivier en we moesten 1x uitstappen om de boot op weg te duwen, auw de spieren zien nog meer af J We nemen de vlucht terug naar Miri, rusten wat uit in de guesthouse en vertrekken ’s avonds naar Kota Kinabalu. Hier laten we Els, Bram en Tom achter, aangezien wij alweer doorreizen naar de Filipijnen. Op dus naar de derde bestemming, hopelijk wordt het er ook zo leuk als in Maleisië!

Kenny zijn bijdrage aan deze blog

Het spijt me mee te delen dat ik op dit ogenblik last heb van een 'writer’s block'.