7 januari 2010 - Dumaguete, Filipijnen
Vanuit Moalboal vertrokken we naar een volgend eiland, Negros. Daar verbleven we in Harold’s Mansion te Dumaguete. Dumaguete wordt ‘the city of the gentle people’ genoemd, maar nog voor we goed en wel geïnstalleerd waren ondervonden we al het omgekeerde. In de haven van Dumaguete toegekomen moesten we een tricycle nemen om tot in onze slaapplaats te geraken, volgens ons reisboek zou ons dit 20 peso moeten kosten. Eens op de kade werden we overspoeld door aanbieders, we liepen met 1 iemand mee en die vroeg 150 peso! Hmm moeilijk om dan naar 20 af te zakken, maar de man verzekerde ons dat het 7 km rijden was en uiteindelijk gingen we akkoord met 100 peso. En inderdaad de rit duurde toch zo’n 10 minuten. Na het inchecken gingen we dan maar op zoek naar een restaurantje in het stadje om iets te eten en wat bleek na 3 minuten wandelen??? De haven van Dumaguete is gewoon om te hoek…
De volgende dag besloten we om een uitstapje te maken naar de ‘Twin Lakes’, twee grote meren gelegen in de bergen. Via een goede uitleg van onze guesthouse betaalden we nergens meer te veel, maar de filipinos stelden ons opnieuw teleur door ons niet helemaal boven te brengen. De laatste 500 meter berg op dan maar te voet. De omgeving was hier echt prachtig en het was er zeer rustig, maar 2 andere toeristen te bespeuren in de omgeving. Nogal ontgoocheld door de manier waarop ze ons hier behandelden vatten we de weg terug naar beneden (15 km) dan maar aan te voet. Een zeer leuke omgeving met mooie zichten op de bergen, de zee, landbouwers en allerlei. Na 5 km kregen we een lift aangeboden door een familie met een grote jeep. Na lichte aarzeling gingen we maar mee en dat bleek 1 van de beste beslissingen tot nu toe. De familie kwam uit Manilla en was hier op bezoek. We zijn mee gaan eten met hen en de rest van de dag hebben ze ons meegenomen op bezoek rond Dumaguete. Zo bezochten we nog een aantal watervallen.
De volgende dagen is Kenny 2 dagen ziek geweest, beetje slapjes en moe vooral. Ik ben dan via de hostel meegegaan op een daguitstap naar Apo Island, een klein eilandje gekend om te duiken en snorkelen. In het water zaten heel veel vissen, waaronder ‘parot fish’, ‘boxfish’ en nog veel kleurrijke waarvan ik de naam niet weet.
De dag nadien gingen we het eiland Bohol verkennen. Met de ferry na 1,5uur te bereiken. Het eiland is bekend voor de ‘Chocolate Hills’ en een klein schattig aapachtig beestje: de tarsier. Na aankomst werden we opnieuw overspoeld door aanbieders van dagtrips, trycicles, taxi’s enzovoort. Nu waren we echter voorbereid en zetten we onmiddellijk koers naar het lokale busstation om zo naar de Chocolate Hills te gaan. De formaties van heuvels zijn inderdaad speciaal, maar jammer genoeg regende het lichtjes en zo was het zicht beperkt. Onze brommerchauffeur, die ons naar boven had gebracht, wilde ons de rest van het eiland ook laten zien, maar wij vertelden hem dat we enkel nog de tarsiers wilden zien. Na wat onderhandelen kregen we een dagtrip aangeboden voor 500 peso, en zo bezochten we nog een vlindertuin, een bamboobrug, een man made forest en de tarsiers.
s’ Avonds terug in Dumaguete kregen we gezelschap van Tine, een vriendin van Nils, die in Peking woont en ook op bezoek was in de Filippijnen. Samen gingen we de volgende 2 dagen naar Siquijor. Dit eilandje staat bij de plaatselijke bevolking bekend als mysterieus en angstaanjagend. Ter plaatse was daar niet veel van te merken, en er was niet veel meer te doen dan een beetje relaxen.
Op oudejaarsavond vlogen we naar Manilla, waar Nils ons opwachtte in de luchthaven. We mochten mee bbqen met zo’n 25tal mensen van zijn bedrijf, DEME. Maar eerst op verkenning in Manilla. We wandelden en waren toch verbaasd door de kalmte in de stad. Blijkbaar is iedereen thuis vandaag en veel verkeer is er niet te bespeuren. We bezochten Park Rizal en Intramuros, het oude stadsgedeelte van Manilla. ’s Avonds was het dan zover,…….. feest! Een heerlijke bbq, leuke mensen, gigantisch veel vuurwerk gewoon tussen de gebouwen … (een beetje het gevoel dat er oorlog was eigenlijk door de vele ontploffingen), karaoke, en het nieuwe jaar is ingezet!
Op 2 januari vertrokken we alweer en ditmaal om 1 van de grote doelen van onze reis te verwezenlijken: zwemmen met walvishaaien, de grootste haaien ter wereld (tot wel 12 meter!!). Het draaide allemaal wat duurder uit dan verwacht, maar het was meer dan de moeite waard! Op ons bootje zaten een aantal spotters en een begeleider die mee het water in sprong om de walvishaaien aan te duiden. Vol spanning sprongen we de eerste maal het water in met ons snorkelgerief. Door de verwarring zagen we enkel de staart en amai die beesten zijn groot (de eerste was ‘maar’ 5 meter). Bovendien was de zichtbaarheid slechts 2 meter, dus uit het niets dook plots zo’n gigant op. De tweede maal verschoot ik mij rot: we sprongen het water in en die walvishaai zwemt recht op ons af met zijn gigantisch mond. We sprongen in totaal 7 keer en iedere keer was het fantastisch om even te kunnen mee zwemmen met deze prachtige beesten. De grootste die we tegenkwamen was rond de 8 meter. En geen paniek, ze eten enkel plankton!
Na enkele dagen in Manilla vertrokken we weer, terug naar Maleisië.
Kenny’s weetjeshoek
Walvishaaien zijn hip! De lokale naam voor een walvishaai is butading.
Nagels en haar groeien vlugger in de tropen (dank u Nils voor deze nuttige info).
Filipinos hebben de letter f niet in hun taal, dus zijn het eigenlijk pilipino’s